Zorg voor kinderen
DE LEERLINGENZORG OP DE ALFONSUSSCHOOL
De opvang van nieuwe leerlingen in de school
Denkt u erover uw kind op de Alfonsusschool te plaatsen, dan kunt u een afspraak maken met de directeur. Zij ontvangt u voor een gesprek en rondleiding op school.
De vier-jarigen; de plaatsing van een kind op school.
Voordat uw kind vier jaar is en aan zijn/haar schoolloopbaan begint, kunnen de kinderen een dagdeel kennismaken.
De leerkracht waarbij uw kind in de klas komt, neemt hierover contact met u op.
Instromers in andere groepen
Komt uw kind van een andere basisschool kan hij/zij vóór definitieve plaatsing ook een dag komen kennismaken.
Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen in de school
Zodra een kind bij ons op school zit, wordt de ontwikkeling gevolgd en vastgelegd in een dossier.
Bij de kleuters gebeurt dit voornamelijk door naar de kinderen te kijken en te luisteren. Niet alleen tijdens werkjes, maar ook tijdens het spel.
Vanaf groep 1 krijgen de kinderen bovendien allerlei toetsen om de ontwikkeling in de gaten te houden. Dit zijn toetsen die bij de leermethode horen maar ook niet methodegebonden toetsen. (Cito toetsen). In groep 8 wordt deze toetslijn afgesloten met de Cito eindtoets in combinatie met EEG8 (Enschedese Eindtoets Groep 8 ) De Cito eindtoets meet de kennis en de EEG8 de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen.
Drie keer per jaar krijgen alle kinderen een rapport. Alle ouders/verzorgers worden in de gelegenheid gesteld om n.a.v. dit rapport een gesprek te voeren met de leerkracht(en).
Het leerlingendossier
Van iedere leerling wordt een dossier aangelegd, waarin de ontwikkeling en de leervorderingen worden bijgehouden. Zo ontstaat het leerlingvolgsysteem.
Dit systeem maakt het mogelijk om op tijd te signaleren waar leer- en of gedragsproblemen zijn ontstaan, zodat op tijd adequate hulp geboden kan worden.
Hiervoor gebruiken we het Cito-leerlingvolgsysteem.
Het dossier kan door de ouders/verzorgers worden ingezien. Hiervoor kan een afspraak gemaakt worden met de IB-er. Het dossier blijft tot 5 jaar nadat het kind de school verlaten heeft op school. Daarna wordt het dossier vernietigd.
De leerlingbespreking
Een aantal keren per jaar bespreken de leerkrachten en de interne begeleider de ontwikkeling (zowel gedrag als prestaties) van alle kinderen.
Kinderen met problemen worden vaker besproken en krijgen, indien mogelijk, extra begeleiding. Die begeleiding wordt systematisch aangepakt. In een handelingsplan wordt nader aangegeven hoe het kind begeleid gaat worden. Na zes weken wordt bekeken of de geboden hulp effect gehad heeft en of het handelingsplan bijgesteld moet worden. De ouders worden op de hoogte gebracht van het handelingsplan.
De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
De school past zich zoveel mogelijk aan bij de ontwikkeling van de leerling en geeft zorg op maat. We willen onze leerlingen zo goed mogelijk begeleiden, ook als er leer-en/of gedragsproblemen zijn. Speciale aandacht is er voor leerlingen met zwakke dan wel zeer goede resultaten.
Leerkrachten worden geschoold om op een deskundige en positieve manier met verschillen tussen leerlingen om te gaan. Zij hebben onder meer geleerd om vroegtijdig ontwikkelings- en leerproblemen te signaleren. Niet alle leerlingen leren even goed en vlug; soms is er voor een kind ander materiaal nodig om iets te verduidelijken, soms een andere instructie. De ene keer zal de leerkracht klassikaal en een andere keer individueel les geven of met groepjes werken. Leerlingen krijgen niet automatisch altijd allemaal dezelfde opdrachten en taken.
De school beschikt over een interne procedure voor signalering, diagnostisering, probleemstelling en afspraken.
Bij specifieke problemen stellen de leerkracht en IB-er in samenspraak met de ouder(s)/verzorger(s) een handelingsplan op. De leerkracht voert dit uit, eventueel met hulp van andere deskundigen.
Als interne hulp onvoldoende resultaat oplevert, wordt verdere hulp van buitenaf ingeroepen.
De school heeft een ambulante begeleider, die verbonden is aan het speciaal basisonderwijs en een schoolbegeleider van de schoolbegeleidingsdienst. Zij bespreken met de intern begeleider en de remedial teacher de problemen en de mogelijke oplossingen: driehoeksoverleg. Binnen het driehoeksoverleg wordt op basis van de onderzoeksresultaten bepaald of er sprake is van een risico- dan wel zorgleerling. Een zorgleerling is een leerling die extra ondersteuning nodig heeft. Er is sprake van een risicoleerling als de school niet voldoende hulp kan geven. Deze risicoleerling melden we aan bij het Steunpunt WSNS (Weer Samen Naar School). De interne begeleider vult in samenspraak met de ouder(s)/verzorger(s) het aanmeldingsformulier in waarna het gezamenlijk wordt ondertekend. Het aanmeldingsformulier wordt ter bespreking op het Steunpunt ingebracht door de interne begeleider. Tevens wordt bekeken wat er allemaal gedaan is op onze school om het probleem op te lossen/kleiner te maken. In het Steunpunt wordt bekeken wat de mogelijkheden van het kind zijn. Van de bespreking op het Steunpunt wordt een verslag gemaakt. De interne begeleider en/of de groepsleerkracht is verantwoordelijk voor de informatie naar de ouder(s)/verzorger(s). Ook vraagt hij/zij toestemming voor het vervolgtraject. Als het Steunpunt besluit dat een psychologisch en/of didactisch onderzoek (door de schoolbegeleidingsdienst) noodzakelijk is, worden de argumenten daartoe schriftelijk vastgelegd. Voor een dergelijk onderzoek moet de ouder(s)/verzorger(s) toestemming geven. De uitslag van het onderzoek bepaalt mede welke hulp het kind nodig heeft.
Het komt voor dat het Steunpunt tot de conclusie komt dat onze school niet meer een verantwoord onderwijsproces kan aanbieden dat aansluit bij de hulpvraag van de leerling. De ouder(s)/verzorger(s) wordt dan geadviseerd hun kind aan te melden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).
De PCL heeft een wettelijke taak: beoordelen of een leerling toelaatbaar is tot het speciaal basisonderwijs.
Toelating LGF (Leerling Gebonden Financiering) leerlingen
De school c.q. het schoolbestuur vindt dat er recht gedaan moet worden aan leerlingen met een z.g. rugzakje. Eveneens moet er recht gedaan worden aan medeleerlingen, de deskundigheid van het personeel en aan de mogelijkheden binnen het schoolgebouw om voor de leerling met een handicap een adequate opvang te kunnen waarborgen.
De school heeft daarom besloten om de PCL (Permanente Commissie Leerlingzorg) bij een aanmelding te laten onderzoeken of de school inderdaad de zorg kan bieden waar de leerling om vraagt. Na een positief advies van de PCL zal de school tot inschrijving overgaan. Het kan voorkomen dat de school waar u aanmeldt niet de vereiste zorg kan bieden: de PCL zal u dan een andere school adviseren. Ook kan de school voorwaarden stellen, bijvoorbeeld in de vorm van het opnemen van evaluatiemomenten, om de adequate begeleiding van de gehandicapte leerling ook na de inschrijving vorm te kunnen geven.
De schoolleiding beschikt over een brochure van de PCL.
Dyslexie en leesproblemen
Dit schooljaar gaan we, net als alle ander scholen in het samenwerkingsverband, het Protocol Leesproblemen en Dyslexie (voor kinderen met dyslexie) (Expertisecentrum Nederland.) implementeren. Het protocol wordt tevens gebruikt om vroegtijdige leesproblemen te signaleren. Alle leerkrachten worden dit schooljaar geschoold om met dit protocol te kunnen gaan werken.
De voorzieningen
Niet alle kinderen werken op hetzelfde niveau. De een heeft meer en de ander heeft minder uitleg en oefenstof nodig. Binnen de groepen kan er op eigen niveau gewerkt worden. (effectieve/verlengde instructie)
Heeft een kind een leerprobleem, dan wordt er hulp van de interne begeleider ingeroepen. Deze stelt samen met de leerkracht een apart oefenprogramma op.
Is het probleem niet intern op te lossen, dan wordt er hulp van buitenaf ingeroepen.
De school heeft een ambulante begeleider, die verbonden is aan het speciaal onderwijs. Hij/zij bespreekt met de intern begeleider de problemen en de mogelijke oplossingen.
Indien er geen verbeteringen zijn kan ook de hulp ingeroepen worden van de schoolbegeleidingsdienst. Het kind kan dan psychologisch en/of didactisch onderzocht worden. N.a.v. de uitslag van het onderzoek wordt besloten welke hulp nodig is. In sommige gevallen blijkt dat speciaal onderwijs beter aansluit bij de mogelijkheden van het kind.
Van het begin af aan worden de ouders van het kind bij deze procedure betrokken.
De eventuele aanmelding van een kind op een school voor speciaal onderwijs gebeurt door de ouders.
Meer begaafde kinderen krijgen mogelijkheden zich verder te ontwikkelen. De computer wordt regelmatig als hulpmiddel ingeschakeld.
Zorgplan
Binnen het samenwerkingsverband WSNS Katholiek Onderwijs Enschede wordt elk jaar een verbeterplan vastgesteld.
In dit plan wordt beschreven hoe de leerlingzorg ingevuld wordt op de school voor speciaal onderwijs en de reguliere basisschool.
Het zorgplan ligt ter inzage op school.
Samenwerking met andere scholen
Belangrijk is ook de samenwerking met andere interne begeleiders. Dit gebeurt in WSNS-verband (Weer Samen Naar School). Tevens vindt er continue nascholing plaats.
Ook op andere aandachtsgebieden vindt er samenwerking met andere scholen plaats.
Zorg Advies Team (ZAT)
Natuurlijk hopen we dat het níet gebeurt, maar soms gaat het niet zo goed met een kind op school. Dan verloopt het leren niet zoals gewenst, zit een kind niet lekker in z’n vel of het gedraagt zich anders dan verwacht. Op die momenten probeert de basisschool een kind zoveel en zo goed mogelijk te helpen. Soms kan de school dat alleen af, dan stelt de interne begeleider samen met de groepsleerkracht een plan op. In andere gevallen roept de school de hulp van deskundigen van buitenaf in:
Leerlingbesprekingen zijn een kernelement van de zorg die scholen aan hun leerlingen geven. Een paar keer per jaar wordt elke leerling individueel besproken en beoordeeld. Dat gebeurt o.a. tijdens de Consultatieve Leerling Bespreking (CLB). Daaraan nemen deel: de groepsleerkracht, de intern begeleider van de basisschool, de schoolbegeleider van de schoolbegeleidingsdienst en een collegiaal consulent van het project WSNS (Weer Samen Naar School). In de CLB wordt vooral de ontwikkeling van uw kind op het gebied van lezen, taal en rekenen gevolgd.
Zorgadviesteam
Soms constateren de deelnemers van de CLB dat een kind problemen heeft op het sociale vlak. In dat geval roept de CLB de hulp in van het schoolmaatschappelijk werk en van een JGZ-verpleegkundige (verpleegkundige van de GGD). Deze mensen vormen gezamenlijk het zorgadviesteam. (ZAT) De vijf leden brengen allen hun eigen expertise in en kunnen zorgleerlingen gezamenlijk heel goed helpen.
Daarbij staat het zo-zo-zo-zo principe voorop. Dat betekent dat het zorgadviesteam zo vroeg, zo licht, zo dichtbij en zo snel mogelijk ingrijpt. Des te eerder en beter is het kind geholpen. Het uiteindelijke doel van die hulp is dat de schoolloopbaan van de leerling zo optimaal mogelijk verloopt.
Privacyregeling
Elke leerling komt periodiek aan de orde binnen de Consultatieve Leerling Bespreking (CLB) Voordat een kind door het zorgadviesteam kan worden besproken, is echter instemming van de ouders/verzorgers noodzakelijk. Vader en/of moeder (of de voogd) moeten hun goedkeuring verlenen voordat het schoolmaatschappelijk werk en de JGZ verpleegkundige zich over een kind kunnen buigen.
Bij aanmelding van kinderen op de Alfonsusschool worden de ouders/verzorgers gevraagd het ZAT formulier te tekenen.
De informatie over uw kind en de ouders is en blijft altijd vertrouwelijk.
Doubleren, voorwaardelijk overgaan en versneld doorstromen
De Alfonsusschool heeft beleid ontwikkeld t.a.v. doubleren, voorwaardelijk overgaan en versneld doorstromen.
Bij een doublure (doubleren betekent dat de leerstof van 1 jaar in 2 jaar wordt doorlopen) is er sprake van een lage score in de gehele ontwikkelingslijn.
Uitgangspunt is dat een kind na de doublure de basisschool kan vervolgen. Voor alle kinderen geldt als einddoel de minimumeisen basisonderwijs.
Kinderen kunnen hooguit twee keer hetzelfde leerjaar volgen.
In geval van verwachte doublure heeft de groepsleerkracht regelmatig contact met de ouders van het betreffende kind. Het doublureadvies van de school aan de ouders is bindend.
Bij ernstige twijfel van groepsleerkracht en IB-er is het voor kinderen bij uitzondering mogelijk om voorwaardelijk over te gaan. Er vindt in dit geval tevens intensief contact plaats tussen school en ouders.
Versneld doorstromen is in uitzonderingsgevallen ook mogelijk.
Hieronder verstaan we kinderen die een groep overslaan of twee leerjaren in één jaar volgen.. Ook hier is een goede communicatie tussen school en ouders van belang. Ook hier geldt dat het advies van de school aan de ouders bindend is.
Procedure:
De groepsleerkracht en de interne begeleider formuleren samen, na een zorgvuldige procedure, een besluit m.b.t doublure, voorwaardelijk of versneld overgaan. Dit besluit wordt aan de ouders voorgelegd en verzocht hier mee in te stemmen. Hiervan wordt een verslag gemaakt dat door ouders en school wordt ondertekend.
Het voorgenomen besluit wordt door de directie bekrachtigd. In geval ouders en school niet met elkaar op één lijn zitten, neemt de directie de beslissing. Deze beslissing is bindend.
Overgang groep 1 naar groep 2
Voor de overgang van groep 1 naar groep 2 is de ontwikkeling van het kind bepalend.
Alle kinderen van groep 1 én de kinderen van groep 1 die vóór 1 januari in groep 1 zijn ingestroomd gaan het volgende schooljaar door naar groep 2 mits de ontwikkeling op alle gebieden op niveau is.
Om deze ontwikkeling vast te stellen, wordt er gebruik gemaakt van:
- de kleutertoetsen ‘Taal voor kleuters’ en ‘Ordenen’ (Cito)
- de SEO (sociaal emotionele ontwikkeling) lijsten/ Schatkist
- observaties van de leerkrachten
- een voldoende ontwikkeling naar het oordeel van de leerkracht
- gesprekken met de ouders van de betreffende kinderen
Er is een ‘Protocol kleuterklasverlenging’ in ontwikkeling.
De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs
Na groep 8 gaan de kinderen naar het voortgezet onderwijs. De leerkracht van groep 8 adviseert de ouders in de keuze. Hulpmiddelen hierbij zijn o.a. het leerlingvolgsysteem en de Cito-score.
De ouders zijn vrij in de schoolkeuze voor hun kind. Om de ouders bij de keuze te helpen worden er avonden georganiseerd, waarop de groepsleerkracht en/of directieleden van een school voor voortgezet onderwijs informatie geven. Naast deze informatieavonden vinden er individuele gesprekken met de ouders plaats.
Verder kunnen ouders en leerlingen zich oriënteren tijdens de open dagen, die de scholen voor voortgezet onderwijs organiseren.
Na de inschrijvingsdatum worden de aangemelde leerlingen door groepsleerkracht en de school voor voortgezet onderwijs besproken, waarbij het advies van de school betrokken wordt.
De uiteindelijke beslissing voor toelating op een bepaald niveau in het voortgezet onderwijs wordt genomen door het voortgezet onderwijs. Het basisonderwijs geeft slechts een advies.
Contact tussen groepsleerkracht het voortgezet onderwijs
Zodra het kind is aangemeld bij het voortgezet onderwijs, wordt er een afspraak gemaakt tussen de basisschool en de school voor voortgezet onderwijs. De kinderen worden dan besproken.
Het vervolgonderwijs houdt ons op de hoogte van de vorderingen van het kind.
