Zorgstructuur school
De speciale zorg voor kinderen met specifieke behoeften
De voorzieningen
De school past zich zoveel mogelijk aan bij de ontwikkeling van de individuele leerling en geeft zorg op maat. We willen onze leerlingen zo goed mogelijk begeleiden, ook als er leer- en/of gedragsproblemen zijn. Speciale aandacht is er voor leerlingen met zwakke dan wel zeer goede resultaten.
Leerkrachten worden geschoold om op een deskundige en positieve manier met verschillen tussen leerlingen om te gaan. Zij hebben onder meer geleerd om vroegtijdig ontwikkelings- en leerproblemen te signaleren. Niet alle leerlingen leren even goed en vlug; soms is er voor een kind ander materiaal nodig om iets te verduidelijken, soms een andere instructie. De ene keer zal de leerkracht klassikaal en een andere keer individueel les geven of met groepjes werken. Leerlingen krijgen niet automatisch altijd allemaal dezelfde opdrachten en taken.
De school beschikt over een interne procedure voor signalering, diagnosticering, probleemstelling en afspraken.
Bij specifieke problemen stellen de leerkracht en IB-er (zo nodig in samenspraak met de ouder(s)) een handelingsplan op. De leerkracht voert dit uit, eventueel met behulp van aanvullende advisering van de IB-er.
Als interne hulp onvoldoende resultaat oplevert, wordt verdere hulp van buitenaf ingeroepen.
De school heeft een collegiale consulent, die verbonden is aan het speciaal basisonderwijs en een schoolbegeleider van de schoolbegeleidingsdienst.
Zij bespreken met de interne begeleider en de groepsleerkracht de problemen en de mogelijke oplossingen in de CLB (consultatieve leerlingbegeleiding). Binnen dit overleg wordt op basis van de onderzoeksresultaten bepaald of er sprake is van een risico- dan wel zorgleerling. Een zorgleerling is een leerling die extra ondersteuning nodig heeft. Er is sprake van een risicoleerling als de school niet voldoende hulp kan geven.
Met toestemming van de ouders melden we deze risicoleerling aan bij het Steunpunt WSNS (Weer Samen naar School). De interne begeleider vult in samenspraak met de leerkracht en de ouder(s) het aanmeldingsformulier in waarna het gezamenlijk wordt ondertekend. Het aanmeldingsformulier wordt ter bespreking op het Steunpunt ingebracht door de interne begeleider.
Tevens wordt bekeken wat er allemaal gedaan is op onze school om het probleem op te los-sen/kleiner te maken. In het Steunpunt wordt bekeken wat de mogelijkheden van het kind zijn. Van de bespreking op het Steunpunt wordt een verslag gemaakt. De interne begeleider en/of de groepsleerkracht is verantwoordelijk voor de informatie naar de ouders.
Als het Steunpunt besluit dat een psychologisch en/of didactisch onderzoek (door de schoolbegeleidingsdienst) noodzakelijk is, worden de argumenten daartoe schriftelijk vastgelegd. De uitslag van het onderzoek bepaalt mede welke hulp het kind nodig heeft.
Het komt voor dat het Steunpunt tot de conclusie komt dat onze school niet meer een verantwoord onderwijsproces kan aanbieden dat aansluit bij de hulpvraag van de leerling. De ouder(s) wordt dan geadviseerd hun kind aan te melden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL).
De PCL heeft een wettelijke taak: beoordelen of een leerling toelaatbaar is tot het speciaal ba-sisonderwijs.
Zorgteam
Soms constateren de deelnemers van de CLB dat een kind problemen heeft op het sociale vlak. In dat geval roept het overleg de hulp in van het schoolmaatschappelijk werk, van een JGZ-verpleegkundige (verpleegkundige van de GGD) en de collegiaal consulent. Deze mensen vormen gezamenlijk het zorgteam. De leden brengen allen hun eigen expertise in en kunnen zorgleerlingen gezamenlijk heel goed helpen.
Daarbij staat het zo-zo-zo-zo principe voorop. Dat betekent dat het zorgteam zo vroeg, zo licht, zo dichtbij en zo snel mogelijk ingrijpt. Des te eerder en beter is het kind geholpen. Het uiteindelijke doel van die hulp is dat de schoolloopbaan van de leerling zo optimaal mogelijk verloopt.
Maatschappelijk werk
Iedere derde maandag van de maand wordt er door een maatschappelijk werkster spreekuur gehouden. Dit spreekuur is bedoeld voor ouders, kinderen of ouders samen met hun kind. Tijdens dit spreekuur kunt u vragen m.b.t. opvoeding en gedrag van uw kind bespreken. Meer informatie hierover kunt u krijgen bij de intern begeleiders.
Privacyregeling
Voordat een kind door het zorgteam kan worden besproken, is echter instemming van de ouders/verzorgers noodzakelijk. Vader en/of moeder (of de voogd) moeten hun goedkeuring verlenen voordat het schoolmaatschappelijk werk en de JGZ verpleegkundige zich over een kind kunnen buigen.
Indien uw kind wordt besproken in het Zorgteam, worden de ouders/verzorgers gevraagd het toestemmingsformulier te ondertekenen. De informatie over uw kind en de ouders is en blijft altijd vertrouwelijk.
Leerling Gebonden Financiering (‘rugzakje’)
De school c.q. het schoolbestuur vindt dat er recht gedaan moet worden aan leerlingen met een zogenaamd rugzakje, dat zijn leerlingen met een handicap, zoals kinderen met ernstige gehoorproblemen, vormen van autisme, motorische problemen, etc.
Eveneens moet er recht gedaan worden aan medeleerlingen, de deskundigheid van het personeel en aan de mogelijkheden van het schoolgebouw om de leerling met een handicap een adequate opvang te kunnen geven. De school heeft daarom besloten de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) bij een aanmelding te laten onderzoeken of de school inderdaad de zorg kan bieden die uw kind nodig heeft. Na een positief advies van de PCL zal de school tot inschrijving overgaan. De school kan voorwaarden stellen om adequate begeleiding van de gehandicapte leerling na de inschrijving vorm te kunnen geven (bijvoorbeeld in de vorm van het opnemen van evaluatiemomenten).
Het kan voorkomen dat de school niet de vereiste zorg kan bieden; de PCL zal u dan een andere school adviseren.
De 4-jarigen maatregel
Lange tijd was het regel dat de kinderen die voor 1 oktober geboren waren, doorstroomden naar groep 2 en de kinderen van na 1 oktober in groep 1 bleven. Vanwege de nieuwe onderwijsinzichten, waarbij de kindgerichte aanpak centraal staat, is deze regeling aangepast.
De Onderwijsinspectie geeft daarbij de volgende regel:
Kinderen die voor 1 januari gestart zijn op school kunnen in beginsel doorstromen naar groep 2 en een jaar later naar groep 3. Met de formulering “in beginsel” wordt bedoeld dat doorstroming vanuit het perspectief van de ontwikkeling van de kinderen wordt bezien. Kinderen stromen door, tenzij het voor hun ontwikkeling beter is dat zij extra tijd in de kleutergroep krijgen. Hun ontwikkeling is dus bepalend en niet de geboortedatum.
Om tot een verantwoorde beslissing te komen, hebben wij een aantal afspraken gemaakt:
De leerkrachten observeren en volgen de leerlingen aan de hand van de dagelijkse werkzaamheden, observatielijsten en het leerlingvolgsysteem. Dit kan eventueel aangevuld worden met een observatie door de interne begeleider of een externe deskundige.
Kinderen over wie twijfels bestaan, worden gemeld bij de interne begeleider en worden besproken in de leerlingbesprekingen.
Er vindt dossiervorming plaats door leerkracht en intern begeleider.
Vanaf het begin vinden er gesprekken plaats en worden ouders geïnformeerd over het besluitvormingstraject. De uiteindelijke beslissing valt aan het eind van het schooljaar ( mei/juni) zodra alle gegevens bekend zijn.
Zittenblijven (doubleren)
Om mee te kunnen komen in een groep, zijn een aantal factoren belangrijk: leervermogen, sociale vaardigheden, fysieke gesteldheid, welbevinden.
Naar onze mening is het voor een kind soms gewoon goed het eens een jaartje over te doen. Een kind blijft bij ons op school niet zitten omdat het over onvoldoende leervermogen beschikt. Daarvoor kan het naar een speciale school of zal het onze school met een aangepast programma doorlopen.
Soms heeft een kind echter gewoon last van ‘te jong zijn’, of van een opgelopen achterstand, die het best bijgewerkt kan worden door een groep opnieuw te doen. Zittenblijven moet in ieder geval zinvol zijn. Er moet de verwachting zijn dat het na een extra jaar béter zal gaan. Bij zittenblijven wordt altijd uitvoerig overleg met de ouders gevoerd. De uiteindelijke beslissing ligt bij de directeur nadat alle betrokkenen (ouders, leerkracht en IB-er) gehoord zijn.
Versneld doorstromen
Het initiatief om een kind versneld door te laten stromen ligt in eerste instantie bij de leerkracht, de interne begeleider en de ouders. De uiteindelijke beslissing ligt bij de directeur, waarbij de directeur zich laat leiden door het advies van de leerkracht, ouders en de interne begeleider. Als criteria gelden cognitieve, sociaal-emotionele en motorische ontwikkeling. Tevens speelt de persoonlijkheidsontwikkeling een belangrijke rol. Intensief overleg met de ouders is van groot belang. In alle groepen kan sprake zijn van versneld doorstromen. Ook hier wordt een zorgvuldige procedure gevolgd.
De schakelklas
Het is belangrijk dat kinderen een goede start krijgen op de basisschool. Voor sommige kinderen is het goed dat zij extra taallessen krijgen. Schakelklassen maken dit mogelijk. Aan de schakelklassen doen alle scholen in de wijk mee.
Kinderen uit groep 2 van de basisschool kunnen naar een schakelklas. Om hen goede aandacht te geven, zitten er maximaal 12 kinderen in een schakelklas.
In de lessen gaat alle aandacht naar het leren van de taal. De leerkracht helpt de kinderen daarbij door hen veel te laten praten in kleine groepjes. Het voorlezen van een prentenboek is daarbij een belangrijk middel. Het lezen en schrijven van letters en woorden kan ook een onderdeel van het programma zijn.
Kinderen gaan minimaal 10 uur per week naar de schakelklas. De rest van de tijd gaan zij naar hun eigen kleuterklas op hun eigen school. Zij zitten voor een periode van 1 jaar in een schakelklas.
De aanmelding gebeurt door de basisschool waarop uw kind zit. Uiteraard gaat dit in overleg en met instemming van ouders/verzorgers.
Er zijn geen extra kosten verbonden aan de schakelklassen. Wel zorgen de ouders/verzorgers voor het vervoer.
