U bent hier: startpagina»Samenwerkingsverband 08.03

Samenwerkingsverband 08.03


Weer Samen Naar School (WSNS)

Om leerlingen met leer- en opvoedingsproblemen zo goed mogelijk in het basisonderwijs te kunnen opvangen, werken de scholen samen in samenwerkingsverbanden.
Ons samenwerkingsverband (WSNS 803) bestaat uit 15 katholieke basisscholen, een interconfessionele basisschool en een katholieke speciale school voor basisonderwijs.
Alle scholen maken deel uit van de stichting Katholiek Onderwijs Enschede.

Het Weer Samen Naar School-beleid is bedoeld om basisscholen in staat te stellen om leerlingen passende zorg en passend onderwijs te bieden. Vanuit onderwijskundig en maatschappelijk oogpunt is het gewenst dat kinderen zoveel mogelijk samen naar school gaan. De gedachte hierbij is: de zorg moet naar het kind gebracht worden in plaats van het kind naar de zorg. 

De doelgroep van het WSNS-beleid bestaat uit alle leerlingen van de basisschool, maar ook de leerlingen die speciale zorg en begeleiding nodig hebben. Hierbij valt te denken aan o.a. dyslexie, ADHD, PDD-NOS. Ook hoogbegaafde leerlingen behoren tot de doelgroep van WSNS.

Het gevolg van het WSNS-beleid is dat leerlingen zoveel mogelijk de benodigde zorg en begeleiding op de basisschool krijgen. Als het binnen het reguliere onderwijs toch niet lukt, gaan leerlingen – het liefst tijdelijk- naar een speciale school voor basisonderwijs.
Ook is het mogelijk dat leerlingen uiteindelijk verwezen worden naar het speciaal onderwijs.

Door de WSNS-ontwikkeling zijn de basisscholen beter in staat om met specifieke zorgbehoeften van leerlingen om te gaan. 
De ‘gewone’ basisscholen moeten echter wel de kennis, faciliteiten en een passende zorgstructuur hebben om leerlingen voldoende te kunnen begeleiden.
In het zorgplan (2007-2011) van het samenwerkingsverband staat beschreven hoe het samenwerkingsverband omgaat met de begeleiding, scholing, zorgstructuur en de financiële middelen.

De belangrijkste beleidskeuzes die ons samenwerkingsverband gemaakt heeft voor de komende periode zijn:
– het verbeteren van leesprestaties van zwakke lezers en het invoeren van het protocol dyslexie.
– passend onderwijs
– werkwijze van het steunpunt
– gedragsproblematiek
– hoogbegaafdheid

De visie van ons samenwerkingsverband:
Alle scholen van het samenwerkingsverband zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de zorg voor alle leerlingen 

Visie van het samenwerkingsverband:

Bij een visie op zorg binnen ons SWV gaat het erom te kijken naar hoe we het onderwijs en de ondersteuning van kinderen inrichten. In ons samenwerkingsverband richten we onderwijs en de ondersteuningsstructuur in vanuit het perspectief afstemming. 
Centraal bij het perspectief afstemming staan de onderwijsbehoeften van kinderen. 
Tijdens het onderwijs- en ondersteuningsproces vragen we ons af hoe en wanneer we tegemoet kunnen komen aan de onderwijsbehoeften van de kinderen. In dit licht bezien wordt het onderwijs en de zorgstructuur zodanig ingericht dat er steeds afstemming plaats vindt tussen de onderwijsbehoeften van kinderen, het aanbod van de school en de omgeving waarin het kind opgroeit (omgevingsfactoren). 

In het woord samenwerkingsverband staat prominent het woord samen. 
Vertrekkend vanuit het zorgcontinuüm gaat het erom steeds in gedachten te houden dat alle scholen van het SWV samen verantwoordelijk zijn voor de zorg voor alle leerlingen. Vanuit deze gezamenlijke verantwoordelijkheid, waarbinnen iedereen ook een duidelijk eigen verantwoordelijkheid heeft, gaan we er van uit dat alle kinderen, ook zij die speciale zorg behoeven binnen ons samenwerkingsverband kunnen worden opgevangen, tot het tegendeel blijkt. De hiervoor benodigde expertise/ deskundigheid is voorhanden of we streven er naar om die expertise binnen het SWV op te bouwen/in huis te halen. De speciale school voor basisonderwijs (Dr. Ariënsschool) is één van de zorgvoorzieningen van het SWV. De totale zorg binnen het SWV wordt betaald uit de gemeenschappelijke zorgmiddelen van het SWV en de aanvulling zoals die worden gedaan vanuit het P&A budget. Het zorgcontinuüm van ons samenwerkingsverband is gebaseerd op de onderstaande uitgangspunten: 

Kinderen verschillen onderling in leer- en ontwikkelingsmogelijkheden, ontwikkelingstempo, leerstijl, werkhouding. Scholen hebben de opdracht expertise te ontwikkelen met betrekking tot het omgaan met deze verschillen

Scholen verschillen onderling op veel punten. Elke school maakt zijn eigen ontwikkeling door die de zorgbreedte en de grens van de zorgbreedte bepaalt (zie ook schoolzorgprofiel). De scholen hebben hierin een eigen en een gezamenlijke verantwoordelijkheid wat betreft de voortgang in de ontwikkeling van de zorg. 

Leer- en gedragsproblemen van leerlingen in de onderwijssituatie worden opgevat als einduitkomst van misinteracties tussen leerprocessen bij leerlingen binnen en buiten de school en het onderwijsaanbod. Er is sprake van afstemmingsproblematiek. De oorzaak kan divers zijn. 

Belangrijke te beïnvloeden factoren in schoolproblemen van kinderen zijn: 
onderwijsvisie, onderwijsaanbod, schoolorganisatie, leerkrachtgedrag en opvoedingssituatie. Het hangt mede van de leerkracht en zijn/haar klassenmanagement af in hoeverre de 
concrete, dagelijkse onderwijsleersituatie afgestemd kan worden op de behoeften van de leerling.

De aangesloten scholen worden gezien als professionele partners en worden in die hoedanigheid betrokken bij onderzoek, hulpverlening en advisering. 
De ouders/verzorgers worden gezien als ervaringsdeskundigen en worden betrokken bij onderzoek, hulpverlening en advisering. 

Als werkmethode bij begeleiding, onderzoek en advies met betrekking tot schoolproblemen wordt zoveel mogelijk uitgegaan van drie praktijkmodellen: 
consultatieve leerlingbegeleiding (CLB)/driehoeksoverleg/ZAT, handelingsgerichte diagnostiek (HGD) en ontwikkelingsgericht werken. Centraal staat de context waarin het probleem zich voordoet en de samenwerking met de betrokkenen. 

Daarnaast moet de zorg voor leerlingen binnen ons samenwerkingsverband beantwoorden aan de volgende eisen:

Zo vroeg mogelijk: Zo vroeg mogelijk ontdekken dat hulp nodig is

Zo kort mogelijk : Hoe vroeger je een probleem ontdekt, des te korter kan de extra hulp zijn

Zo dichtbij mogelijk : Liever in de groep dan er buiten

Zo flexibel mogelijk : Goed kijken wat nodig is en indien noodzakelijk vaste patronen doorbreken

Zo licht mogelijk: Als je er snel bij bent en goed kijkt wat nodig is, kun je vaak met een beetje hulp veel bereiken en kun je een zware ingrijpende aanpak voorkomen

Dat betekent:
· dat hulp zoveel mogelijk binnen de groep moet plaatsvinden
· waar gewenst met kleine groepen werken
· werken met handelingsplannen op groepsniveau en op individueel niveau
· korte remedial teaching
· volgen van de ontwikkeling van de leerling via Cito-lvs
· overleg en samenspraak met de ib’er
· driehoeksoverleg/CLB/ZAT
· inzetten van deskundigheid Steunpunt en collegiale consultatie
· (gebruik maken van onderwijsassistenten/Lio’ers etc.)